Inleiding tot 2 Kronieken 21
2 Kronieken hoofdstuk 21 vertelt het verhaal van koning Joram van Juda, de zoon van de goede koning Josafat. Dit hoofdstuk toont een dramatische wending in de geschiedenis van Juda, waarbij de devotie aan God wordt vervangen door afgoderij en geweld.
Jorams Troonsbestijging en Eerste Daden (vers 1-4)
Na de dood van koning Josafat wordt zijn zoon Joram koning over Juda. In tegenstelling tot zijn vader toont Joram echter direct zijn ware karakter. Hij doodt al zijn broers en enkele vorsten van Israël met het zwaard. Deze daad van broedermoord toont hoe ver Joram is afgedwaald van Gods wegen en de wijsheid van zijn vader.
Deze moorden waren waarschijnlijk bedoeld om zijn macht te consolideren en mogelijke rivalen uit te schakelen. In de oude tijd was het helaas niet ongewoon dat nieuwe koningen potentiële troonpretendenten elimineerden, maar Gods Woord veroordeelt dergelijke praktijken.
Jorams Huwelijk en Invloed van Achabs Huis (vers 5-7)
Joram was getrouwd met Atalja, de dochter van koning Achab van Israël. Dit huwelijk bracht de slechte invloed van Achabs huis naar Juda. Achab en zijn vrouw Izebel stonden bekend om hun afgoderij en vervolging van Gods profeten. Door dit huwelijk kwam deze corruptie ook in Juda terecht.