Inleiding tot 2 Korinthe 7
2 Korinthe hoofdstuk 7 vormt een belangrijk keerpunt in Paulus' tweede brief aan de Korinthiërs. Na hoofdstukken vol spanning en conflict, ademt dit hoofdstuk verzoening en vreugde. Paulus schrijft over zijn diepe troost na het ontvangen van goed nieuws over de gemeente in Korinthe.
Oproep tot Heiligheid (vers 1)
Het hoofdstuk begint met een krachtige oproep: "Laten wij ons dus reinigen van alle verontreiniging van vlees en geest, en onze heiligheid volmaken in de vreze Gods." Deze vers sluit aan bij de voorgaande hoofdstukken waarin Paulus spreekt over het zijn van tempels van de levende God.
De "verontreiniging van vlees en geest" verwijst naar zowel lichamelijke als geestelijke zonden. Paulus benadrukt dat ware heiligheid een actief proces is waarbij gelovigen bewust afstand nemen van alles wat hun relatie met God verstoort.
Paulus' Hart voor de Korinthiërs (verzen 2-4)
Paulus opent zijn hart en toont zijn diepe liefde voor de Korinthische gemeente: "Geef ons plaats in uw hart; wij hebben niemand onrecht gedaan, niemand bedorven, niemand benadeeld." Deze woorden onthullen zijn kwetsbaarheid en oprechte zorg.
De apostel benadrukt dat hij, ondanks alle conflicten, vol vertrouwen is over de Korinthiërs en grote vreugde heeft in hun midden van alle verdrukking.