Hizkia's Troonsbestijging en Hervormingen (vers 1-8)
2 Koningen 18 opent met het verhaal van Hizkia, een van de meest geprezen koningen van Juda. Hij werd koning in het derde jaar van Hosea van Israël, toen hij 25 jaar oud was. De tekst benadrukt dat Hizkia 'deed wat recht was in de ogen van de HEER, zoals zijn voorvader David gedaan had' (vers 3).
Hizkia's hervormingen waren radicaal en moedig. Hij verwijderde de hoogten (bamot), verbrak de gewijde zuilen (masseboth), kapte de heilige palen (asjera's) om en - opmerkelijk - vergruisde zelfs de bronzen slang die Mozes gemaakt had (vers 4). Deze laatste daad toont Hizkia's geestelijk inzicht: zelfs voorwerpen met een heilige oorsprong kunnen tot afgoderij leiden wanneer mensen ze gaan aanbidden in plaats van God zelf.
De tekst getuigt krachtig over Hizkia's geloof: 'Hij vertrouwde op de HEER, de God van Israël, zodat er na hem onder alle koningen van Juda geen gelijke voor hem was, en ook vóór hem was er geen gelijke' (vers 5). Deze lof plaatst Hizkia in de rij van de grootste gelovige leiders uit de Bijbelse geschiedenis.