De tekst van 2 Koningen 16:13
2 Koningen 16:13 luidt: 'Hij offerde zijn brandoffer en zijn spijsoffer, en hij goot zijn plengoffer uit en sprenkelde het bloed van zijn dankoffers op het altaar.'
Dit vers beschrijft koning Achaz van Juda terwijl hij verschillende offers brengt op een nieuw altaar dat hij had laten maken.
Koning Achaz en zijn afvalligheid
Achaz regeerde van ongeveer 735-715 v.Chr. over het zuidelijke koninkrijk Juda. Anders dan zijn rechtvaardige voorvaderen zoals David en Hizkia, wordt Achaz in de Bijbel negatief beoordeeld. Hij 'wandelde niet in de wegen van de HEERE zijn God' (vers 2).
Zijn afvalligheid toonde zich in verschillende vormen:
- Hij liet zijn zoon door het vuur gaan (vers 3)
- Hij offerde op hoogten en onder groene bomen (vers 4)
- Hij maakte een nieuw altaar naar heidens voorbeeld (vers 10-12)
Het nieuwe altaar
De context van vers 13 is cruciaal. Achaz had in Damascus een altaar gezien en beval de priester Uria om er een kopie van te maken (vers 10-11). Dit heidense altaar verving het door God gegeven bronzen altaar in de tempel.
Het Hebreeuws woord voor 'altaar' is mizbeach, wat letterlijk 'plaats van slachting' betekent. Door een heidens altaar te introduceren, perverteerde Achaz de heilige aanbidding.