Inleiding tot 2 Koningen 16
2 Koningen 16 vertelt het tragische verhaal van koning Achaz van Juda, een van de slechtste koningen in de geschiedenis van het zuidelijke koninkrijk. Dit hoofdstuk toont ons de verwoestende gevolgen van geestelijke afval en het verlaten van Gods wegen.
Het Karakter van Koning Achaz (vers 1-4)
Achaz regeerde van ongeveer 735-715 v.Chr. en wordt onmiddellijk gekarakteriseerd als iemand die 'niet deed wat recht was in de ogen van de HEERE zijn God'. In tegenstelling tot zijn voorvader David, volgde Achaz de wegen van de koningen van Israël en pleegde hij afgoderij.
Het meest schokkende detail is dat Achaz zijn eigen zoon als offer bracht, volgens de gruwelijke praktijken van de heidenen. Deze daad toont hoe ver hij was afgedwaald van Gods geboden en hoe diep de morele verval was gegaan.
Politieke Crisis en Verkeerde Keuzes (vers 5-9)
Tijdens Achaz' regering vielen Syrië en Israël (het noordelijke koninkrijk) Juda aan in wat bekend staat als de Syro-Efraimitische oorlog. In plaats van zijn vertrouwen op God te stellen, zoals de profeet Jesaja hem aanraadde, koos Achaz ervoor om hulp te zoeken bij Tiglat-Pileser, de koning van Assyrië.
Deze beslissing had verstrekkende gevolgen. Achaz moest kostbare schatten uit de tempel en het koninklijk paleis naar Assyrië sturen als tribuut. Hoewel Assyrië inderdaad Damaskus en Samaria versloeg, werd Juda hierdoor een vazalstaat van het machtige Assyrische rijk.