De tekst van 2 Koningen 16:12
2 Koningen 16:12 vertelt ons: 'Toen de koning uit Damascus terugkwam, zag de koning het altaar; de koning ging naar het altaar toe en bracht daarop een offer.' Dit vers markeert een dramatisch keerpunt in het leven van koning Achaz van Juda en de geschiedenis van Gods volk.
De context: Achaz' geestelijke afval
Dit vers staat in het midden van het verhaal over koning Achaz (circa 735-715 v.Chr.), die wordt beschreven als een van de slechtste koningen van Juda. Toen Achaz onder druk stond van de coalitie tussen Israël en Syrië, riep hij de hulp in van de Assyrische koning Tiglat-Pileser III in plaats van te vertrouwen op de HEERE.
Het vreemde altaar uit Damascus
Tijdens zijn reis naar Damascus om de Assyrische koning te ontmoeten, zag Achaz een altaar dat hem zo beviel dat hij de afmetingen en het ontwerp naar de hogepriester Uria stuurde. Dit altaar was waarschijnlijk gewijd aan Assyrische goden en vertegenwoordigde een totale afwijking van de door God voorgeschreven eredienst.
De betekenis van het woord 'offer'
Het Hebreeuwse woord dat hier gebruikt wordt voor 'offer' is qatar, wat 'laten oproken' of 'als rook doen opstijgen' betekent. Dit duidt op brandoffers, maar dan gebracht op een heidens altaar - een directe schending van Gods geboden.