De tekst van 2 Koningen 13:5
2 Koningen 13:5 luidt: 'En de HEERE gaf aan Israël een redder, zodat zij uit de hand van de Syriërs bevrijd werden; en de kinderen Israëls woonden in hun tenten, gelijk als eergisteren en gisteren.'
Woordstudie en betekenis
Het Hebreeuwse woord voor 'redder' is moshia (מושיע), afgeleid van de wortel yasha die 'redden' of 'verlossen' betekent. Dit is hetzelfde woord dat gebruikt wordt voor de messias als redder. De term 'Syriërs' verwijst naar de Arameërs onder koning Hazaël.
Historische context
Deze gebeurtenis vond plaats tijdens de regering van koning Joachaz van Israël (814-798 v.Chr.). Israël werd zwaar onderdrukt door de Arameërs onder Hazaël en later zijn zoon Ben-Hadad. Het noordelijke koninkrijk was militair verzwakt en had slechts een kleine strijdmacht over.
Gods genade ondanks ontrouw
Wat opvallend is aan dit vers is Gods reactie op Joachaz' gebed in vers 4. Hoewel Israël bleef volharden in de zonden van Jerobeam (vers 6), toonde God genade. Dit illustreert een belangrijk theologisch principe: Gods barmhartigheid gaat Zijn oordeel vooraf.
De identiteit van de redder
Bijbelgeleerden hebben verschillende theorieën over wie deze 'redder' was:
- Mogelijk de Assyrische koningen die later Aram versloegen
- Een of meerdere Israëlische militaire leiders
- Joas, de zoon van Joachaz, onder wiens regering Israël weer opkwam