De Moord op de Koninklijke Familie
2 Koningen 11 begint met een dramatische wending na de dood van koning Ahazen van Juda. Zijn moeder Athalia, dochter van koning Achab en koningin Izebel, grijpt de macht door alle koninklijke nakomelingen te laten ombrengen. Deze wrede daad toont haar vastberadenheid om de troon voor zichzelf te behouden, maar bedreigt tegelijkertijd Gods belofte aan koning David dat zijn nageslacht voor altijd zou regeren.
Jozeba's Moed en de Redding van Joas
Te midden van deze crisis toont Jozeba, zuster van koning Ahazen en echtgenote van hogepriester Jojada, buitengewone moed. Zij redt de baby Joas uit de handen van Athalia en verbergt hem zes jaar lang in de tempel van de HEER. Deze daad van geloof en moed wordt een instrument in Gods hand om Zijn verbondsbelofte te vervullen.
Jojada's Staatsgreep en de Kroning van Joas
In het zevende jaar van Athalia's bewind organiseert hogepriester Jojada zorgvuldig een staatsgreep. Hij sluit een verbond met de hoofden van honderden van de Kariërs en de lijfwacht, toont hun de jonge Joas, en organiseert zijn kroning. De ceremonie vindt plaats op sabbat, wanneer er veel priesters en Levieten aanwezig zijn om de operatie te ondersteunen.