Inleiding tot 1 Kronieken 26
1 Kronieken 26 vormt het vervolg op de organisatie van de tempeldienst die koning David instelde. Na de priesters, Levieten, zangers en muzikanten in de voorgaande hoofdstukken, richt dit hoofdstuk zich op de poortwachters, schatbewaarders en ambtenaren. Deze mannen hadden cruciale verantwoordelijkheden voor de veiligheid, het beheer en de organisatie van Gods huis.
De Poortwachters van de Tempel (vers 1-19)
De Korachietische Families (vers 1-11)
De poortwachters werden georganiseerd volgens hun familieafkomst. De eerste groep bestond uit de nakomelingen van Korach, ondanks het feit dat hun voorvader ooit tegen Mozes en Aäron was opgestaan (Numeri 16). Dit toont Gods genade - Hij straft niet de kinderen voor de zonden van hun ouders wanneer zij Hem trouw dienen.
Mesjelemja, een nakomeling van Korach, had acht zonen die allen als poortwachters dienden. Obed-Edom, bekend van het verhaal over de ark van het verbond (2 Samuël 6:10-12), wordt ook genoemd met zijn vele zonen. God had hem en zijn familie gezegend, wat blijkt uit de grote aantallen nakomelingen die geschikt waren voor de tempeldienst.