Inleiding tot 1 Kronieken 11
1 Kronieken hoofdstuk 11 markeert een keerpunt in de geschiedenis van Israël. Na jaren van burgeroorlog en verdeeldheid wordt David eindelijk erkend als koning over heel Israël. Dit hoofdstuk toont ons niet alleen Davids kroning, maar ook de geweldige mannen die hem steunden in zijn roeping.
David wordt koning over heel Israël (vers 1-3)
Het hoofdstuk begint met de stammen van Israël die naar Hebron komen om David tot koning te zalven. Hun woorden zijn veelzeggend: "Wij zijn uw vlees en bloed" (vers 1). Ze erkennen drie belangrijke aspecten van Davids koningschap:
1. Familieband: David was hun eigen vlees en bloed
2. Bewezen leiderschap: Hij had al eerder het volk geleid in oorlog
3. Goddelijke roeping: De HEER had gezegd dat hij herder en vorst zou zijn
Deze erkenning kwam niet plotseling. David had al zeven jaar geregeerd over Juda vanuit Hebron. Nu eindelijk wordt hij koning over het gehele volk. Dit vervult Gods belofte aan David en toont hoe God Zijn plannen volbrengt, zelfs wanneer er tegenstand is.
De verovering van Jeruzalem (vers 4-9)
Een van Davids eerste daden als koning over heel Israël was de verovering van Jeruzalem. De stad werd nog steeds bewoond door de Jebusieten, die dachten dat hun stad oninneembaar was. Ze spotten zelfs: "Blinden en lammen kunnen u wel weren" (vers 5).