De Val van Salomo (1 Koningen 11:1-8)
Hoofdstuk 11 markeert een dramatische wending in het verhaal van koning Salomo. Na hoofdstukken over zijn wijsheid, rijkdom en de bouw van de tempel, zien we nu zijn geestelijke ondergang. Salomo trouwde met vele buitenlandse vrouwen - Moabieten, Ammonieten, Edomieden, Sidoniërs en Hetieten (vers 1). Dit was niet slechts een politieke strategie, maar een directe overtreding van Gods geboden.
De Bijbel vertelt ons dat Salomo 700 vrouwen van koninklijke afkomst had en 300 bijvrouwen (vers 3). Deze enorme harem was niet alleen een teken van zijn rijkdom, maar werd zijn geestelijke val. Deze vrouwen "maakten zijn hart afvallig" en brachten hem ertoe om hun goden te dienen.
Afgoderij en Gods Toorn (1 Koningen 11:4-13)
Op zijn oude dag begon Salomo andere goden te aanbidden: Astarte van de Sidoniërs, Milkom van de Ammonieten, en Kamos van Moab. Hij bouwde zelfs altaren voor deze afgoden op de berg tegenover Jeruzalem (vers 7). Dit was een enorme val voor iemand die tweemaal een verschijning van God had ontvangen.
Gods reactie was helder en streng. Hij werd toornig op Salomo omdat zijn hart was afgeweken van de HERE, de God van Israël (vers 9). God had Salomo specifiek gewaarschuwd tegen het dienen van andere goden, maar Salomo had niet gehoorzaamd.