49 kruisverwijzingen gevonden
“Maar nu ben ik hun een snarenspel geworden, en ik ben hun tot een klapwoord.”
Statenvertaling (SV)
Bijbelgedeelten die hetzelfde verhaal of dezelfde gebeurtenis beschrijven.
Schin. Aanschouw hun zitten en opstaan; ik ben hun snarenspel.
He. Ik ben al mijn volk tot belaching geworden, hun snarenspel den gansen dag.
Bekijk ook de uitleg bij dit vers of lees het in context.
Stel uw vragen aan de BijbelAssistent en krijg uitgebreide antwoorden met verwijzingen naar de grondtalen, commentaren en vergelijkbare teksten.
Stel een vraag over Job 30:9He. Ik ben al mijn volk tot belaching geworden, hun snarenspel den gansen dag.
Schin. Aanschouw hun zitten en opstaan; ik ben hun snarenspel.
En ik heb geweend in het vasten mijner ziel; maar het is mij geworden tot allerlei smaad.
En ik heb geweend in het vasten mijner ziel; maar het is mij geworden tot allerlei smaad.
En hetzelfde verweten Hem ook de moordenaars, die met Hem gekruisigd waren.
Toen verzamelden zich de vorsten der Filistijnen, om hun god Dagon een groot offer te offeren, en tot vrolijkheid; en zij zeiden: Onze god heeft onze vijand Simson in onze hand gegeven.
Pe. Al onze vijanden hebben hun mond tegen ons opgesperd.
Toen vlood Jeftha voor het aangezicht zijner broederen, en woonde in het land Tob; en ijdele mannen vergaderden zich tot Jeftha, en togen met hem uit.
En op Hem gespogen hebbende, namen zij de rietstok en sloegen op Zijn hoofd.
En het geschiedde, als hun hart vrolijk was, dat zij zeiden: Roept Simson, dat hij voor ons spele. En zij riepen Simson uit het gevangenhuis; en hij speelde voor hun aangezichten, en zij deden hem staan tussen de pilaren.
He. Ik ben al mijn volk tot belaching geworden, hun snarenspel den gansen dag.
Toen vlood Jeftha voor het aangezicht zijner broederen, en woonde in het land Tob; en ijdele mannen vergaderden zich tot Jeftha, en togen met hem uit.
He. Ik ben al mijn volk tot belaching geworden, hun snarenspel den gansen dag.
Pe. Al onze vijanden hebben hun mond tegen ons opgesperd.
En sloegen Zijn hoofd met een rietstok, en bespogen Hem, en vallende op de knieen, aanbaden Hem.
En op Hem gespogen hebbende, namen zij de rietstok en sloegen op Zijn hoofd.
Toen verzamelden zich de vorsten der Filistijnen, om hun god Dagon een groot offer te offeren, en tot vrolijkheid; en zij zeiden: Onze god heeft onze vijand Simson in onze hand gegeven.
En hetzelfde verweten Hem ook de moordenaars, die met Hem gekruisigd waren.
Maar als ik hinkte, waren zij verblijd, en verzamelden zich; zij verzamelden zich tot mij als geslagenen, en ik merkte niets; zij scheurden hun klederen, en zwegen niet stil.
En sloegen Zijn hoofd met een rietstok, en bespogen Hem, en vallende op de knieen, aanbaden Hem.
Maar als ik hinkte, waren zij verblijd, en verzamelden zich; zij verzamelden zich tot mij als geslagenen, en ik merkte niets; zij scheurden hun klederen, en zwegen niet stil.
En het geschiedde, als hun hart vrolijk was, dat zij zeiden: Roept Simson, dat hij voor ons spele. En zij riepen Simson uit het gevangenhuis; en hij speelde voor hun aangezichten, en zij deden hem staan tussen de pilaren.
Toen spogen zij in Zijn aangezicht, en sloegen Hem met vuisten.
Toen spogen zij in Zijn aangezicht, en sloegen Hem met vuisten.