De tekst van Psalm 109:10
Psalm 109:10 luidt: 'Laten zijn kinderen zwerven en bedelen, verdreven uit de puinhopen van hun huis' (NBV). Dit vers maakt deel uit van een van de meest intense vervloekingspsalmen in het Bijbelboek der Psalmen.
Betekenis van de Hebreeuwse woorden
Het Hebreeuwse werkwoord 'nûa' betekent 'rondzwerven' of 'heen en weer bewegen'. Het duidt op een onrustige, doelloze beweging van mensen die geen vaste woonplaats hebben. Het woord 'šā'al' betekent 'bedelen' of 'vragen om aalmoezen'. De term 'ḥorbôtêhem' verwijst naar 'hun puinhopen' - de restanten van hun verwoeste woning.
Context binnen Psalm 109
Deze psalm is geschreven door koning David tijdens een periode van intense vervolging. Hij wordt vals beschuldigd door vijanden die hem met leugens en haat omringen (vers 2-5). In verzen 6-19 roept David Gods oordeel aan over zijn hoofdvijand, waarbij hij zeer specifieke vervloekingen uitspreekt.
Vers 10 maakt deel uit van deze reeks vervloekingen. David vraagt God om de nakomelingen van zijn vijand te laten lijden onder de gevolgen van hun vaders daden. In de antieke wereld was dit een erkenning van het principe dat zonden gevolgen hebben die zich uitstrekken tot volgende generaties.