105 kruisverwijzingen gevonden
“Is er niet, indien gij weldoet, verhoging? en zo gij niet weldoet, de zonde ligt aan de deur. Zijn begeerte is toch tot u, en gij zult over hem heersen.”
Statenvertaling (SV)
Bijbelgedeelten die hetzelfde verhaal of dezelfde gebeurtenis beschrijven.
Bekijk ook de uitleg bij dit vers of lees het in context.
Stel uw vragen aan de BijbelAssistent en krijg uitgebreide antwoorden met verwijzingen naar de grondtalen, commentaren en vergelijkbare teksten.
Stel een vraag over Genesis 4:7Zegt den rechtvaardige, dat het hem wel gaan zal; dat zij de vrucht hunner werken zullen eten.
Welke een iegelijk vergelden zal naar zijn werken;
Zegt den rechtvaardige, dat het hem wel gaan zal; dat zij de vrucht hunner werken zullen eten.
Welke een iegelijk vergelden zal naar zijn werken;
Maar in allen volke, die Hem vreest en gerechtigheid werkt, is Hem aangenaam.
Maar in allen volke, die Hem vreest en gerechtigheid werkt, is Hem aangenaam.
Mem. Wat klaagt dan een levend mens? Een ieder klage vanwege zijn zonden.
En Kain sprak met zijn broeder Habel; en het geschiedde, als zij in het veld waren, dat Kain tegen zijn broeder Habel opstond, en sloeg hem dood.
Mem. Wat klaagt dan een levend mens? Een ieder klage vanwege zijn zonden.
Hoewel een zondaar honderd maal kwaad doet, en God hem de dagen verlengt; zo weet ik toch, dat het dien zal welgaan, die God vrezen, die voor Zijn aangezicht vrezen.
Dit alles gaf Arauna, de koning, aan den koning. Voorts zeide Arauna tot den koning: De HEERE uw God neme een welgevallen in u!
Toen vreesde zich Saul nog meer voor David; en Saul was David een vijand al zijn dagen.
Toen vreesde zich Saul nog meer voor David; en Saul was David een vijand al zijn dagen.
Dit alles gaf Arauna, de koning, aan den koning. Voorts zeide Arauna tot den koning: De HEERE uw God neme een welgevallen in u!
Hoewel een zondaar honderd maal kwaad doet, en God hem de dagen verlengt; zo weet ik toch, dat het dien zal welgaan, die God vrezen, die voor Zijn aangezicht vrezen.
En Kain sprak met zijn broeder Habel; en het geschiedde, als zij in het veld waren, dat Kain tegen zijn broeder Habel opstond, en sloeg hem dood.
Maar in allen volke, die Hem vreest en gerechtigheid werkt, is Hem aangenaam.
Maar in allen volke, die Hem vreest en gerechtigheid werkt, is Hem aangenaam.