Psalm 61 is een kort gebed van David om bescherming, vooral bekend om vers 3: 'leid mij op een rotssteen, die mij te hoog zou zijn' (Statenvertaling). Vanaf 'het einde des lands' roept David tot God, die hij kent als toevlucht en sterke toren. Hieronder vindt u uitleg per gedeelte, de betekenis van de bekendste verzen en waar u de tekst van Psalm 61 in de Statenvertaling en HSV leest.
De tekst van Psalm 61 in de Statenvertaling en HSV
Psalm 61 is met negen verzen een van de kortere psalmen; het opschrift telt als vers 1 en de Statenvertaling en de HSV gebruiken dezelfde nummering (afgekort Ps. 61). Op BijbelAssistent staat het gebed in de Statenvertaling, van de muzikale aanwijzing "op de Neginoth" (vers 1) tot de slotbelofte "Zo zal ik Uw Naam psalmzingen in eeuwigheid" (vers 9).
Het bekendste vers is vers 3: "Van het einde des lands roep ik tot U als mijn hart overstelpt is; leid mij op een rotssteen, die mij te hoog zou zijn." De Herziene Statenvertaling (HSV) geeft dezelfde beelden in hedendaags Nederlands, zodat de uitleg hieronder naast beide vertalingen te volgen is. De volledige tekst leest u op Psalmen 61.
De structuur van Psalm 61
De psalm kan worden verdeeld in drie delen. Verzen 1-6 bevatten, na het opschrift in vers 1, David's persoonlijke roep om hulp, waarin hij God vraagt om zijn gebed te horen vanuit zijn verre verblijfplaats. Verzen 7-8 vormen een gebed voor de koning (mogelijk David zelf of zijn opvolger), waarbij hij bidt voor een lang leven en Gods bescherming. Vers 9 sluit af met een belofte om God dagelijks te prijzen en zijn geloften te vervullen.