Inleiding tot Psalm 47
Psalm 47 is een krachtige loflied die God verheerlijkt als de universele koning over alle volken. Deze psalm behoort tot de zogenaamde 'koningspsalmen' en roept alle naties op om God te loven en te eren. Het is een psalm vol vreugde en triomf die de soevereiniteit van God over de hele aarde proclameert.
In de Statenvertaling is het opschrift ("Een psalm, voor den opperzangmeester, onder de kinderen van Korach.") vers 1. Daardoor ligt elk versnummer op deze pagina één hoger dan in Engelse bijbels, die het opschrift niet meetellen.
Structuur en Inhoud van Psalm 47
Verzen 2-3: Universele Oproep tot Lofprijzing
De psalm begint met een krachtige oproep: "Al gij volken, klapt in de hand; juicht Gode met een stem van vreugdegezang." Deze opening maakt onmiddellijk duidelijk dat God's koningschap zich uitstrekt over alle naties, niet alleen over Israël. Het gebruik van 'al gij volken' benadrukt de universele reikwijdte van God's heerschappij.
De reden voor deze lofprijzing wordt gegeven in vers 3: "Want de HEERE, de Allerhoogste, is vreselijk, een groot Koning over de ganse aarde." Het woord 'vreselijk' (Hebreeuws: nora) betekent hier ontzagwekkend en duidt op eerbiedwekkende heiligheid en macht die respect en aanbidding verdient.
Verzen 4-5: God's Verkiezing en Macht
Deze verzen beschrijven hoe God volken onder Israël onderwerpt en naties onder hun voeten legt. Dit verwijst naar God's bijzondere relatie met Israël als zijn uitverkoren volk, maar ook naar zijn macht om geschiedenis en naties te regeren.