Psalm 35 telt 28 verzen en is een gebed van David om recht, tegenover mensen die hem zonder aanleiding aanvallen. Anders dan bij sommige andere psalmen staat het opschrift hier niet apart: vers 1 begint met 'Een psalm van David' en loopt in dezelfde regel door: 'Twist, HEERE! met mijn twisters; strijd met mijn bestrijders.'
De psalm valt in drie klachten uiteen die elk uitlopen op een belofte om God te loven (vers 9 en 10, vers 18, en vers 28). Wat David aanklaagt is geen ruzie maar laster: 'Wrevelige getuigen staan er op; hetgeen ik niet weet, eisen zij van mij' (vers 11). Zijn vraag is niet dat hij zelf mag terugslaan, maar dat God als rechter optreedt: 'HEERE! hoe lang zult Gij toezien?' (vers 17). De volledige tekst leest u in de Statenvertaling op Psalm 35; over de dichter staat meer op de pagina over David.
Psalm 35 vers 1 in twee betekenissen. Zoekt u op 'Psalm 35 vers 1', dan kan dat twee verschillende dingen zijn. Het eerste bijbelvers hierboven is de onberijmde tekst van de Statenvertaling. In de kerk wordt echter de berijming gezongen, en daar is vers 1 een strofe die meerdere bijbelverzen samenvat; de nummers lopen dus niet gelijk. Wilt u de bewoording van de Herziene Statenvertaling naast de Statenvertaling leggen, dan leest u op de pagina over de Herziene Statenvertaling waarin die verschilt.