De Hoer van Babylon (Openbaring 17:1-6)
Openbaring 17 opent met een van de meest indrukwekkende en tegelijk verontrustende visioenen in de Bijbel. Een van de zeven engelen toont Johannes de 'grote hoer die op vele wateren zit' (vers 1). Deze vrouw wordt gepresenteerd als symbool van een corrupt systeem dat de hele wereld heeft verleid.
De beschrijving is indringend: zij is gekleed in purper en scharlaken, versierd met goud, edelstenen en parels (vers 4). In haar hand houdt zij een gouden beker vol gruwelen en onreinheid van haar hoererij. Op haar voorhoofd staat geschreven: 'Babylon de grote, de moeder van de hoeren en van de gruwelen der aarde' (vers 5).
Bijzonder verontrustend is dat deze vrouw 'dronken was van het bloed der heiligen en van het bloed der getuigen van Jezus' (vers 6). Dit toont aan dat het hier gaat om een systeem dat vijandig staat tegenover God en Zijn volk.
Het Mysterie van het Beest (Openbaring 17:7-14)
De engel verklaart het mysterie van de vrouw en het beest waarop zij zit. Dit beest heeft zeven koppen en tien hoorns en wordt beschreven als iets dat 'was en niet is, en zal opkomen uit de afgrond en ten verderve gaan' (vers 8).
De zeven koppen vertegenwoordigen zeven bergen waarop de vrouw zit, maar ook zeven koningen (vers 9-10). Vijf zijn gevallen, één is er, en de andere moet nog komen. Het beest zelf wordt de achtste genoemd, hoewel het uit de zeven voortkomt.