Inleiding tot Openbaring 11
Openbaring hoofdstuk 11 behoort tot de meest fascinerende en symbolische delen van het boek Openbaring. Het hoofdstuk presenteert ons twee belangrijke visioenen: de twee getuigen die Gods waarheid verkondigen temidden van vervolging, en de zevende bazuin die Gods uiteindelijke overwinning aankondigt.
Het Meten van de Tempel (vers 1-2)
Het hoofdstuk begint met een merkwaardige opdracht aan Johannes om de tempel van God te meten. Deze symbolische handeling verwijst naar Gods bescherming van zijn ware volk. De buitenvoorhof wordt echter overgelaten aan de heidenen, die de heilige stad zullen vertrappen gedurende 42 maanden.
Deze periode van 42 maanden (gelijk aan 1260 dagen of 3½ jaar) komt regelmatig voor in profetische literatuur en symboliseert een beperkte tijd van beproeving. Het laat zien dat God grenzen stelt aan het lijden van zijn volk.
De Twee Getuigen (vers 3-14)
Hun Identiteit en Macht
De twee getuigen zijn centrale figuren in dit hoofdstuk. Zij worden beschreven als "twee olijfbomen" en "twee kandelaren", verwijzingen naar Zacharia 4 waar ze symboliseren dat Gods werk niet door kracht geschiedt, maar door zijn Geest.
Deze getuigen ontvangen bijzondere macht:
- Vuur komt uit hun mond om vijanden te vernietigen
- Zij kunnen de hemel sluiten zodat het niet regent
- Zij kunnen water in bloed veranderen
- Zij kunnen allerlei plagen over de aarde brengen