Micha 2 in het kort: de profeet spreekt een wee uit over machtigen die 's nachts onrecht beramen en het bij daglicht uitvoeren, 'dewijl het in de macht van hunlieder hand is' (vers 1). Zij begeren akkers en roven ze (vers 2). Na een botsing met profeten die alleen goed nieuws willen horen (vers 6-11), draait het hoofdstuk onverwacht naar hoop (vers 12-13). Hieronder vindt u de uitleg per gedeelte en de tekst in de Statenvertaling en HSV.
Micha 2 lezen in de Statenvertaling en HSV
De aanklacht staat in de Statenvertaling scherp op papier: 'En zij begeren akkers, en roven ze, en huizen, en nemen ze weg; alzo doen zij geweld aan den man en zijn huis, ja, aan een iegelijk en zijn erfenis' (vers 2). Het woord 'erfenis' is hier geen bijzaak: in Israël was grond familiebezit dat volgens de wet niet blijvend verkocht mocht worden, zodat landroof niet alleen diefstal was maar het wegnemen van iemands toekomst. Het slotvers klinkt heel anders: 'De doorbreker zal voor hun aangezicht optrekken; zij zullen doorbreken, en door de poort gaan' (vers 13). De Herziene Statenvertaling (HSV) geeft dezelfde brontekst in hedendaags Nederlands weer. De volledige tekst leest u in de Statenvertaling op Micha 2; over de herziening leest u meer op de pagina over de Herziene Statenvertaling.