Leviticus 10: Een Dramatische Les over Gods Heiligheid
Leviticus 10 bevat een van de meest dramatische verhalen in het Oude Testament. Het hoofdstuk begint met een verhaal dat de Israëlieten diep moet hebben geschokt: de plotselinge dood van Nadab en Abihu, twee van Aärons zonen, tijdens hun priesterlijke dienst.
Het Vreemde Vuur van Nadab en Abihu (vers 1-3)
Nadab en Abihu namen elk hun wierookvat, deden er vuur in en legden er reukwerk op. Vervolgens brachten zij 'vreemd vuur' voor de HEERE, wat Hij hun niet geboden had (vers 1). De reactie was onmiddellijk en definitief: vuur ging uit van de HEERE en verteerde hen, zodat zij stierven voor het aangezicht des HEEREN (vers 2).
Het 'vreemde vuur' verwijst waarschijnlijk naar vuur dat niet afkomstig was van het altaar, zoals God had voorgeschreven. Deze daad van ongehoorzaamheid in de heilige dienst werd zwaar bestraft. Mozes verklaarde dat God had gezegd: 'Aan hen die Mij naderen, zal Ik Mij heilig tonen, en voor het aangezicht van het ganse volk zal Ik verheerlijkt worden' (vers 3).
De Reactie op de Tragedie (vers 4-7)
Mozes riep Misaël en Elsafan, neven van Aäron, om de lichamen weg te dragen uit het heiligdom. Interessant is dat hun kleding niet was verbrand - alleen zij zelf waren gedood door het goddelijke vuur (vers 5).