Inleiding tot Jozua 10
Jozua hoofdstuk 10 beschrijft een van de meest dramatische episodes uit Israëls verovering van het Beloofde Land. Dit hoofdstuk toont Gods machtige ingrijpen in de geschiedenis en zijn trouw aan de beloften die Hij aan zijn volk had gedaan. Het verhaal van de stilstaande zon heeft door de eeuwen heen veel aandacht getrokken en laat zien hoe God op wonderbaarlijke wijze vecht voor zijn volk.
De Coalitie van Vijf Koningen (verzen 1-5)
Het hoofdstuk begint met koning Adoni-Zedek van Jeruzalem, die alarm slaat wanneer hij hoort dat Gibeon vrede heeft gesloten met Israël. Gibeon was een belangrijke stad, 'groot als een koninklijke stad', en haar overgave aan Israël vormde een ernstige bedreiging voor de andere Kanaänitische steden. Adoni-Zedek vormt daarom een coalitie met vier andere Amorietenkoning: Hoham van Hebron, Piram van Jarmut, Jafia van Lachis en Debir van Eglon.
Deze coalitie besluit Gibeon aan te vallen als straf voor hun bondgenootschap met Israël. Dit laat zien hoe politieke allianties in die tijd functioneerden en hoe bedreigend de komst van Israël was voor de bestaande machtsstructuren in Kanaän.
Gibeons Hulpverzoek en Gods Belofte (verzen 6-8)
Wanneer Gibeon onder aanval komt, roepen zij onmiddellijk om hulp bij hun nieuwe bondgenoten. Jozua aarzelt niet om te helpen, wat zijn integriteit en trouw aan gemaakte afspraken toont, ondanks dat het verdrag met Gibeon onder valse voorwendselen was gesloten.