De Nederige Verschijning van de Knecht
Jesaja 53:2 presenteert een van de meest opvallende contrasten in de Bijbel. Na de verheven beschrijving van de Knecht in het vorige vers, schildert de profeet hier een beeld van volledige nederigheid en onopvallendheid. Het vers luidt: 'Want Hij is opgeschoten voor Zijn aangezicht als een rank, en als een wortel uit dor land; Hij heeft geen gedaante en geen heerlijkheid; toen wij Hem aanzagen, zo was er geen gestalte, dat wij Hem zouden begeerd hebben.'
Analyse van de Hebreeuwse Beeldspraak
De Hebreeuwse tekst gebruikt krachtige natuurbeelden. Het woord yoneq (יונק) betekent 'jong plantje' of 'tere scheut' - iets kwetsbaars dat net begint te groeien. Het woord shoresh (שרש) betekent 'wortel', wat verwijst naar iets dat groeit uit tsiyyah (ציה), droog of dor land. Deze beeldspraak benadrukt dat de Knecht opgroeit in ongunstige omstandigheden, zonder natuurlijke voordelen of aantrekkingskracht.
De woorden to'ar (תאר) en hadar (הדר) beschrijven respectievelijk 'gedaante' en 'majesteit'. Het ontbreken hiervan wijst op een volledige afwezigheid van uiterlijke pracht of koninklijke waardigheid die men zou verwachten van een messiasfiguur.