De tekst van Jesaja 53:1
Jesaja 53:1 luidt: "Wie gelooft onze verkondiging? En aan wie wordt de arm des HEREN geopenbaard?" Dit vers vormt de opening van een van de meest bekende hoofdstukken in het Oude Testament, dat traditioneel wordt gezien als een profetie over de komende Messias.
Woordbetekenis en verdieping
Het Hebreeuwse woord voor "verkondiging" is shemuah (שמועה), wat letterlijk "wat gehoord is" of "bericht" betekent. Dit wijst op een boodschap die verkondigd wordt, maar waarbij de vraag gesteld wordt of mensen deze wel geloven.
De uitdrukking "arm des HEREN" (Hebreeuws: zeroa YHWH זרוע יהוה) is een krachtige metafoor voor Gods almacht en reddende kracht. In de Bijbel wordt de "arm" van God vaak gebruikt om Zijn ingrijpen in de geschiedenis te beschrijven, zoals bij de uittocht uit Egypte.
Context binnen Jesaja 53
Dit vers opent het vierde "Lijdende Knecht" lied (Jesaja 52:13-53:12). Het contrasteert de verheerlijking van de Knecht (52:13-15) met de realiteit dat velen Hem niet zullen herkennen of geloven. De profeet voorziet dat Gods grootste daad van redding - door middel van de Lijdende Knecht - paradoxaal genoeg zal worden afgewezen door velen.