Jesaja 26 in het kort: Jesaja 26 telt 21 verzen en is een lied: "Te dien dage zal dit lied gezongen worden in het land van Juda" (vers 1, Statenvertaling). Het hoofdstuk hoort bij het gedeelte Jesaja 24 tot 27, dat vaak de Jesaja-apocalyps wordt genoemd. Het lied gaat van een sterke stad (vers 1 en 2) naar de oproep om op de HEERE te vertrouwen (vers 3 en 4), langs Gods oordelen (vers 7 tot 18), naar de belofte dat de doden zullen leven (vers 19) en een oproep tot geduld (vers 20 en 21). De volledige tekst leest u op Jesaja 26.
Jesaja 26:3 en 4 woordelijk in de Statenvertaling
De twee bekendste verzen van dit hoofdstuk worden vaak in de bewoording van een nieuwere vertaling aangehaald. In de Statenvertaling, de vertaling die u op BijbelAssistent leest, luiden zij zo:
Vers 3 - "Het is een bevestigd voornemen, Gij zult allerlei vrede bewaren, want men heeft op U vertrouwd."
Vers 4 - "Vertrouwt op den HEERE tot in der eeuwigheid; want in den Heere HEERE is een eeuwige rotssteen."
De Herziene Statenvertaling (HSV) geeft dezelfde grondtekst weer in hedendaags Nederlands en houdt dezelfde versnummering aan. Andere vertalingen kiezen voor vers 3 een vrijere formulering over het standvastige of vaste hart dat God in vrede bewaart.