Inleiding tot Jesaja 21
Jesaja 21 bevat drie krachtige orakels (profetische uitspraken) tegen verschillende naties: Babylon, Edom en Arabië. Dit hoofdstuk toont Gods soevereiniteit over alle volken en kondigt belangrijke omwentelingen aan in het Oude Nabije Oosten. De profeet Jesaja ontvangt visioenen die zowel oordeel als uiteindelijke verlossing aankondigen.
Het Orakel tegen Babylon (verzen 1-10)
De Woestijn van de Zee
Het eerste orakel begint met de mysterieuze uitdrukking 'woestijn aan de zee' (vers 1), wat verwijst naar Babylon. Deze naam reflecteert mogelijk de moerassige gebieden rond Babylon of symboliseert de chaos die over deze stad zal komen.
Jesaja's Visioen van Babylons Val
Jesaja krijgt een schokkend visioen van Babylons vernietiging. Hij hoort de oproep 'trek op, o Elam! beleger ze, o Media!' (vers 2), wat verwijst naar de Medo-Perzische coalitie die Babylon zou veroveren in 539 v.Chr. onder leiding van Cyrus van Perzië.
De profeet is zo overweldigd door wat hij ziet dat hij fysiek lijdt: 'Daarom zijn mijn lendenen vol van grote krankheid, bange weeen hebben mij aangegrepen' (vers 3). Dit toont aan hoe ingrijpend Gods oordelen zijn, zelfs voor degenen die ze verkondigen.
'Babel is gevallen'
Het beroemdste vers van dit hoofdstuk is vers 9: 'Babel is gevallen, zij is gevallen! en al de gesneden beelden harer goden heeft Hij verbroken tegen de aarde.' Deze proclamatie zou eeuwen later worden geciteerd in het Nieuwe Testament (Openbaring 14:8, 18:2) als symbool voor de definitieve overwinning over het kwaad.