Inleiding tot Jesaja 20
Jesaja hoofdstuk 20 bevat een van de meest opvallende profetische handelingen in de Bijbel. In dit korte maar krachtige hoofdstuk van slechts zes verzen, krijgt de profeet Jesaja de opdracht om drie jaar lang naakt en blootsvoets rond te lopen. Deze dramatische handeling diende als een levend teken voor het volk van Juda en een waarschuwing tegen het vertrouwen op wereldse bondgenootschappen in plaats van op God.
De profetische opdracht (Jesaja 20:1-2)
Het hoofdstuk begint met een historische verwijzing naar het jaar waarin Tartan, de opperbevelhebber van de Assyrische koning Sargon, de stad Asdod innam. Dit was rond 711 v.Chr. In dit kritieke moment in de geschiedenis geeft God Jesaja een bijzondere opdracht: 'Trek het rouwkleed van je lichaam en doe je sandalen van je voeten.' Jesaja gehoorzaamt onmiddellijk en loopt vanaf dat moment naakt en blootsvoets.
Deze gehoorzaamheid van Jesaja toont zijn volledige toewijding aan God's roeping, ondanks de sociale schande en persoonlijke ongemakken die dit met zich meebracht. Het woord 'naakt' betekent hier waarschijnlijk niet volledig ontkleed, maar gekleed als een gevangene of slaaf, mogelijk alleen met een lendendoek.