Jeremia 3 in het kort: Jeremia 3 gebruikt het huwelijksrecht als spiegel. Een man mocht zijn weggezonden vrouw niet terugnemen wanneer zij van een ander was geworden (Deuteronomium 24:1-4); God doorbreekt die regel en roept Zijn volk terug. Het hoofdstuk zet het afgekeerde Israël en het trouweloze Juda naast elkaar en eindigt met de woorden die het volk zelf moet leren zeggen.
De kernverzen van Jeremia 3 in de Statenvertaling
Vers 12 Ga henen, en roep deze woorden uit tegen het noorden, en zeg: Bekeer u, gij afgekeerde Israel! spreekt de HEERE, zo zal Ik Mijn toorn op ulieden niet doen vallen; want Ik ben goedertieren, spreekt de HEERE. Ik zal den toorn niet in eeuwigheid behouden.
Vers 15 En Ik zal ulieden herders geven naar Mijn hart; die zullen u weiden met wetenschap en verstand.
Vers 22 Keert weder, gij afkerige kinderen! Ik zal uw afkeringen genezen. Zie, hier zijn wij, wij komen tot U, want Gij zijt de HEERE, onze God!
De vijfentwintig verzen staan in de Statenvertaling op Jeremia 3. De Herziene Statenvertaling houdt dezelfde indeling aan in modern Nederlands, zie de pagina over de HSV. Verwijzingen luiden Jer. 3 of Jeremia 3:1-25.
Inleiding: Gods onvoorwaardelijke liefde
Jeremia hoofdstuk 3 toont op indringende wijze Gods hart voor Zijn volk. Ondanks hun herhaaldelijke ontrouw blijft God trouw en roept Hij Zijn volk op tot bekering. Dit hoofdstuk gebruikt krachtige beeldspraak om de relatie tussen God en Israël te beschrijven.