Het Hogepriesterschap van Jezus (Hebreeën 5:1-4)
Hebreeën 5 begint met een uitleg over de rol van een hogepriester. De schrijver legt uit dat elke hogepriester uit de mensen genomen wordt en voor de mensen wordt aangesteld om te handelen in zaken die God betreffen. Hij brengt gaven en offers voor zonden. Een essentieel kenmerk van een hogepriester is dat hij medelijden kan hebben met degenen die onwetend zijn en dwalen, omdat hij zelf ook met zwakheid omkleed is.
Deze beschrijving vormt de basis voor het begrip van Jezus' unieke hogepriesterschap. Net zoals aardse hogepriesters offers brachten voor het volk, zo bracht Jezus het ultieme offer - zichzelf.
Christus Geroepen door God (Hebreeën 5:5-6)
De schrijver benadrukt dat Jezus zichzelf niet verheerlijkte om hogepriester te worden, maar dat Hij geroepen werd door God de Vader. Dit wordt ondersteund met citaten uit Psalm 2:7 ('Gij zijt Mijn Zoon, heden heb Ik U gegenereerd', vers 5) en Psalm 110:4 ('Gij zijt Priester in der eeuwigheid, naar de ordening van Melchizedek', vers 6).
Deze verwijzing naar Melchizedek is van groot belang. Melchizedek was zowel koning als priester, een unieke combinatie die Jezus' dubbele rol als Koning der koningen en Hogepriester voorafschaduwde. Zijn priesterschap is niet tijdelijk zoals dat van de Levitische priesters, maar eeuwig.
Jezus' Lijden en Gehoorzaamheid (Hebreeën 5:7-10)
Verzen 7-8 beschrijven Jezus' menselijke ervaring van lijden. Hij richtte gebeden en smeekbeden tot God 'met sterke roeping en tranen' (vers 7). Dit verwijst waarschijnlijk naar Zijn ervaring in de hof van Gethsémané en aan het kruis. Hoewel Hij Gods Zoon was, leerde Hij gehoorzaamheid door wat Hij leed.