Genesis 25 telt 34 verzen en zet drie generaties naast elkaar: Abraham krijgt bij Ketura nog zes zonen en sterft honderdvijfenzeventig jaar oud (vers 7), het geslacht van Ismaël wordt opgesomd, en Rebekka baart na twintig jaar kinderloosheid de tweeling Ezau en Jakob. Het hoofdstuk eindigt bij de linzenschotel waarvoor Ezau zijn eerstgeboorterecht verkoopt.
Twee sterfberichten en twee geboorten dus in een hoofdstuk. Izak en Ismaël begraven hun vader samen in de spelonk van Machpela (vers 9), en tegen de zwangere Rebekka zegt de HEERE: 'Twee volken zijn in uw buik, en twee natien zullen zich uit uw ingewand van een scheiden' (vers 23). De volledige tekst leest u in de Statenvertaling op Genesis 25; over de aartsvader zelf staat meer op de pagina over Abraham.
Bij het vergelijken van vertalingen valt de spelling op. Waar de Statenvertaling Ezau en Izak schrijft, leest u elders Esau, Isaak of Izaak; het gaat om dezelfde personen. Wilt u de bewoording van de Herziene Statenvertaling ernaast leggen, dan staat op de pagina over de Herziene Statenvertaling waarin die vertaling van de Statenvertaling verschilt.
Genesis 25 vers voor vers: de meest opgezochte verzen
Vers 7 en 8 geven het antwoord op de vraag hoe oud Abraham geworden is: 'Dit nu zijn de dagen der jaren des levens van Abraham, welke hij geleefd heeft, honderd vijf en zeventig jaren.' Hij stierf 'in goede ouderdom, oud en des levens zat'. Vers 17 doet hetzelfde voor Ismaël: honderd zeven en dertig jaar.