Ezra 5: Gods Werk Wordt Hervat
Ezra hoofdstuk 5 markeert een belangrijk keerpunt in de geschiedenis van de terugkeer uit ballingschap. Na jaren van stilstand wordt de bouw van de tempel in Jeruzalem eindelijk hervat, dankzij de krachtige prediking van twee profeten.
De Rol van Profetisch Leiderschap (vers 1-2)
Het hoofdstuk begint met de vermelding van de profeten Haggai en Zacharia, die "profeteerden tot de Joden, die in Juda en te Jeruzalem waren; in den naam Gods van Israel profeteerden zij tot hen" (vers 1). Deze profeten speelden een cruciale rol in het motiveren van het volk om de tempelbouw te hervatten.
Zerubbabel, de zoon van Sealtiel, en Jesua, de zoon van Jozadak, reageerden onmiddellijk op deze profetische aansporing. Zij "begonnen te bouwen het huis Gods, Die te Jeruzalem woont" (vers 2). Dit toont hoe effectief leiderschap en profetische aanmoediging samenwerkten om Gods werk vooruit te helpen.
Nieuwe Tegenstand Ontstaat (vers 3-5)
Niet lang na de hervatting van de bouw verschenen er nieuwe tegenstanders. Tattenai, "de landvoogd aan deze zijde der rivier" (het gebied ten westen van de Eufraat), en Setar-Boznai kwamen onderzoek doen. Hun vraag "Wie heeft ulieden bevel gegeven dit huis te bouwen, en dezen muur te voltrekken?" (vers 3) lijkt op het eerste gezicht legitiem, maar verbergt mogelijk een poging om het werk opnieuw stil te leggen.