Inleiding tot Ezechiël 28
Ezechiël 28 behoort tot de meest fascinerende en tegelijk mysterieuze hoofdstukken van de Bijbel. Het bevat profetische oordelen tegen de machtige stad Tyrus en haar leiders, gevolgd door een belofte van herstel voor Israël. De profeet Ezechiël, zelf in ballingschap in Babylon, ontvangt een krachtige boodschap over Gods oordeel over menselijke hoogmoed en goddelijke macht.
Het Oordeel over de Vorst van Tyrus (verzen 1-10)
Het hoofdstuk begint met een scherp oordeel tegen de 'vorst van Tyrus'. Deze heerser had zichzelf verheven tot goddelijke status en beweerde: 'Ik ben een god, ik zit op de troon van God, midden in de zeeën' (vers 2). Tyrus was inderdaad een uitzonderlijk welvarende en machtige havenstad aan de Middellandse Zee, bekend om haar handel en rijkdom.
God spreekt door Ezechiël dat deze vorst, ondanks zijn wijsheid en rijkdom, slechts een mens is en zal sterven 'de dood van een goddeloze' (vers 10). De Babyloniërs, 'de meest meedogenloze van de volkeren', zullen zijn prachtige bezittingen vernietigen.
De Mysterieuze Koning van Tyrus (verzen 11-19)
De tweede profetie richt zich op de 'koning van Tyrus' en is een van de meest besproken passages in de Bijbel. Deze figuur wordt beschreven als een volmaakte schepping die in Eden, Gods tuin, verkeerde. Hij was 'een gezalfde cherub die bescherming gaf' en 'wandelde tussen de vurige stenen' op Gods heilige berg.