Inleiding tot Efeze 3
Efeze hoofdstuk 3 vormt het hart van Paulus' brief aan de Efeziërs. In dit krachtige hoofdstuk ontvouwt de apostel twee centrale thema's: het mysterie van Gods plan met de heidenen en zijn hartstochtelijke gebed voor de geestelijke groei van de gelovigen. Dit hoofdstuk toont ons Gods oneindige liefde en de diepte van Zijn plannen met de mensheid.
Paulus, Gevangene en Dienaar (vers 1-13)
Het Geopenbaarde Mysterie
Paulus begint door zichzelf te beschrijven als 'de gevangene van Christus Jezus, voor u, die heidenen zijt' (vers 1). Hij onderbreekt zijn gedachte om uit te leggen hoe God hem het mysterie van Christus heeft geopenbaard. Dit mysterie was in vorige generaties niet bekend gemaakt, maar is nu geopenbaard aan de heilige apostelen en profeten door de Geest.
Het mysterie dat Paulus beschrijft is revolutionair: 'dat de heidenen zijn medeerfgenamen, en van hetzelfde lichaam, en mededeelgenoten Zijner belofte in Christus, door het Evangelie' (vers 6). In de tijd van het Oude Testament was Gods volk grotendeels beperkt tot Israël, maar nu openbaart God dat Zijn plan altijd was om alle volkeren tot Zich te brengen.
Paulus' Bijzondere Roeping
De apostel noemt zichzelf nederig 'den allerminste van al de heiligen', en toch is hem de genade gegeven 'om onder de heidenen door het Evangelie te verkondigen den onnaspeurlijken rijkdom van Christus' (vers 8). Deze nederigheid toont Paulus' karakter: ondanks zijn belangrijke roeping blijft hij bescheiden over zijn positie.