De tekst van Deuteronomium 29:17
"En gij hebt gezien hunne gruwelen en hunne drekgoden van hout en steen, zilver en goud, die bij hen waren." (Statenvertaling)
Dit vers staat in de context van Mozes' tweede wet-rede, waarin hij het volk Israël voorbereidt op hun toekomst in het Beloofde Land.
Woordbetekenissen
Het Hebreeuwse woord voor 'gruwelen' is shiqqutsim, wat verwijst naar weerzinwekkende praktijken en afgoden. Het woord 'drekgoden' komt van gillulim, een minachtend woord dat letterlijk 'dingeren' of 'blokken' betekent - een bewuste kleinering van afgoden.
Context in het hoofdstuk
Deuteronomium 29 beschrijft de vernieuwing van het verbond tussen God en Israël. Mozes herinnert het volk aan Gods trouw tijdens de woestijnreis en waarschuwt tegen de gevaren van afgoderij die ze tijdens hun reis hebben waargenomen.
Theologische betekenis
Dit vers benadrukt het contrast tussen de levende God van Israël en de levenloze afgoden van omringende volken. De afgoden van 'hout en steen, zilver en goud' kunnen niets doen - ze zijn door mensenhanden gemaakt en dus ondergeschikt aan hun makers.
Waarschuwing tegen materialisme
De vermelding van kostbare materialen (zilver en goud) toont aan dat zelfs dure afgoden waardeloos zijn in geestelijk opzicht. Rijkdom en materiële pracht kunnen niet vervangen wat alleen God kan geven.