De tekst van Deuteronomium 23:17
Deuteronomium 23:17 luidt: "Er mag geen tempelhoer zijn onder de dochters van Israël, en er mag geen mannelijke tempelprostitué zijn onder de zonen van Israël." Dit vers bevat een duidelijk verbod tegen cultusprostitutie binnen het volk van God.
Betekenis van de grondtaal
Het Hebreeuwse woord voor tempelhoer is qedeshah (קְדֵשָׁה), wat letterlijk "geheiligde vrouw" betekent. Ironisch genoeg werd dit woord gebruikt voor vrouwen die zich wijdden aan heidense godheden door seksuele rituelen. Het mannelijke equivalent is qadesh (קָדֵשׁ), "geheiligde man". Deze woorden tonen aan hoe de Kanaänitische religies seksualiteit verwoven hadden met hun eredienst.
Historische context van tempelprostitutie
In de oude Nabije Oosten waren seksuele rituelen onderdeel van vele heidense religies. Men geloofde dat seksuele handelingen in tempels de vruchtbaarheid van land, vee en mensen zouden bevorderen. Deze praktijken waren wijdverbreid in Kanaän, waar Israël zou gaan wonen.
Gods heiligheid en onderscheiding
God riep Israël op om zich te onderscheiden van de omringende volkeren. Dit vers benadrukt dat seksuele zuiverheid essentieel is voor de eredienst. God wilde Zijn volk beschermen tegen de vermenging van seksualiteit en spiritualiteit die zo kenmerkend was voor heidense religies.