Het Vers in Context
Deuteronomium 23:18 staat in het hart van Mozes' laatste toespraken aan Israël voordat zij het Beloofde Land binnengingen. Dit vers luidt: 'Breng het loon van een prostituee en het geld dat verdiend is met een mannelijke prostitutie niet naar het huis van de HEER, uw God, om een gelofte te vervullen. Want beide zijn voor de HEER, uw God, een gruwel.'
Dit gebod komt na verschillende wetten over zuiverheid en heiligheid binnen de Israëlitische gemeenschap. Het benadrukt Gods eis voor heiligheid in alle aspecten van aanbidding.
Betekenis van Kernbegrippen
Het Hebreeuwse woord voor 'prostituee' is zonah, wat verwijst naar vrouwelijke prostitutie. Het woord voor 'mannelijke prostitutie' wordt letterlijk vertaald als 'hond' (keleb), een vernederende term voor mannelijke tempelprostitutie die gangbaar was in heidense religies.
Het woord 'gruwel' (to'evah) drukt Gods intense afkeer uit voor praktijken die ingaan tegen Zijn heilige karakter. Deze term wordt door heel Deuteronomium gebruikt voor zaken die het verbond met God schenden.
Theologische Betekenis
Dit verbod onderstreept drie belangrijke theologische principes:
Gods Heiligheid: God eist dat alles wat Hem wordt toegebracht zuiver en heilig is. Geld verdiend door immorele praktijken kan niet gebruikt worden om God te eren.