De Tekst van Deuteronomium 18:16
Deuteronomium 18:16 luidt: 'Overeenkomstig alles wat gij van de HEERE, uw God, aan de Horeb gevraagd hebt op de dag der gemeente, toen gij zeidet: Laat mij de stem van de HEERE, mijn God, niet meer horen en dit grote vuur niet meer zien, opdat ik niet sterve.'
Historische Context: De Vrees bij de Horeb
Dit vers verwijst naar een cruciaal moment in Israëls geschiedenis. Bij de berg Horeb (ook wel Sinaï genoemd) werd het volk zo overweldigd door Gods majesteit - het gedonder, de bliksem, het vuur en Gods stem - dat zij baden om een bemiddelaar. Het Hebreeuwse woord voor 'gemeente' (קהל, qahal) benadrukt dat dit een officiële, heilige bijeenkomst was van heel Israël.
De uitdrukking 'de dag der gemeente' verwijst specifiek naar de dag waarop God de Tien Geboden gaf (Exodus 20, Deuteronomium 5). Het volk was zo bang voor Gods directe aanwezigheid dat zij Mozes vroegen als tussenpersoon op te treden.
Theologische Betekenis
Dit vers vormt de grondslag voor Gods belofte in vers 15 om een profeet 'zoals Mozes' te verwekken. Het verklaart waarom zo'n profeet nodig is: mensen kunnen Gods directe glorie niet verdragen. De Hebreeuwse constructie toont dat Gods respons op deze vraag niet alleen Mozes betrof, maar ook toekomstige profeten.