De tekst van Deuteronomium 18:17
Deuteronomium 18:17 luidt: 'En de HEERE zei tot mij: Het is goed wat zij gesproken hebben.' Dit vers vormt een cruciale schakel in een van de belangrijkste messiaanse profetieën van het Oude Testament.
De directe context
Om dit vers te begrijpen moeten we kijken naar wat er voorafging. In vers 16 verwijst Mozes naar het moment bij de berg Horeb (Sinaï) toen het volk van Israël tot hem zei: 'Laat mij niet meer horen de stem van de HEERE, mijn God, en dit grote vuur niet meer zien, opdat ik niet sterve.' Het volk was overweldigd door Gods directe openbaring en vroeg om een tussenpersoon.
Gods bevestiging
Het Hebreeuwse woord voor 'goed' is heytiv (היטיבו), afgeleid van de wortel yatab (יטב). Dit betekent niet alleen 'goed' maar ook 'gepast', 'juist' of 'wijs'. God bevestigt hier dat het verzoek van het volk verstandig was. Dit toont Gods begrip voor menselijke beperkingen en Zijn bereidheid om tegemoet te komen aan onze behoefte aan bemiddeling.
Theologische betekenis
Dit vers legt de grondslag voor het profetische ambt in Israël. God erkent dat directe communicatie tussen Hem en het volk te overweldigend is. Daarom institueert Hij het systeem van profeten als tussenpersonen. Deze bevestiging van God toont aan dat bemiddeling geen teken van zwakte is, maar onderdeel van Gods wijze plan.