De betekenis van Deuteronomium 18:12
Deuteronomium 18:12 luidt: 'Want een gruwel des HEEREN is een ieder, die deze dingen doet, en om deze gruwelen wil verdrijft de HEERE, uw God, hen van uw aangezicht.'
Dit vers vormt de theologische climax van Gods waarschuwing tegen occultisme en heidendom in Deuteronomium 18:9-14. Het verklaart niet alleen waarom bepaalde praktijken verboden zijn, maar ook waarom God de Kanaanieten uit het Beloofde Land zou verdrijven.
Het Hebreeuwse woord 'gruwel'
Het Hebreeuwse woord dat vertaald wordt als 'gruwel' is 'to'evah' (תועבה). Dit woord duidt op iets dat volstrekt weerzinwekkend en afschuwelijk is voor God. Het wordt door heel het Oude Testament gebruikt voor praktijken die Gods heilige karakter tegenspreken en Zijn volk van Hem vervreemden.
Context: De verboden praktijken
Vers 12 verwijst naar 'deze dingen' - de occultistische praktijken die Moses net heeft opgesomd in verzen 10-11:
- Kinderoffers aan afgoden
- Waarzeggerij en toekomstvoorspelling
- Toverij en magie
- Bezweringen en spreuken
- Raadpleging van geesten
- Contact zoeken met overledenen
Gods oordeel over volkeren
Het vers onthult een cruciale waarheid: God verdrijft volkeren niet willekeurig, maar vanwege hun zondige praktijken. De Kanaanieten hadden zich al generaties lang schuldig gemaakt aan deze gruwelijke handelingen. Israëls inname van het land was dus tegelijkertijd Gods oordeel over de bestaande bewoners.