Wat zegt Deuteronomium 18:11?
Deuteronomium 18:11 luidt: 'noch iemand die bezweringen uitspreekt of geesten raadpleegt, noch een waarzegger of iemand die de doden ondervraagt.' Dit vers vormt het slot van Moses' waarschuwing tegen occultistische praktijken die gemeengoed waren onder de Kanaänitische volken.
Betekenis van de gebruikte woorden
Het Hebreeuwse woord voor 'bezweringen' (cheber) verwijst naar het uitspreken van magische formules of vervloekingen. 'Geesten raadplegen' (sha'al ob) betekent letterlijk 'een geest ondervragen', waarbij 'ob' verwijst naar een geest van een overledene. Het woord voor 'waarzegger' (yidde'oni) komt van 'yada' (kennen) en duidt op iemand die beweert geheime kennis te bezitten door contact met geesten.
Context in Deuteronomium 18
Dit vers staat in een bredere passage (18:9-14) waarin Moses specifiek waarschuwt tegen acht verschillende occultistische praktijken. Vers 11 behandelt de laatste drie: bezweringen, geesteraadpleging en necromantie (contact met doden). Deze praktijken waren diep geworteld in de Kanaänitische religies en vormden een directe bedreiging voor Israëls monotheïstische geloof.