De tekst van Deuteronomium 18:10
Deuteronomium 18:10 luidt: 'Er mag onder jullie niemand zijn die zijn zoon of dochter door het vuur laat gaan, niemand die waarzegt, goochelkunst beoefent, voortekenen duidt of tovenaar is.' Dit vers opent een reeks van strenge verboden tegen occulte praktijken die in de omringende heidensecultures gewoon waren.
Woordstudie en betekenis
Het Hebreeuws gebruikt hier krachtige termen. 'Door het vuur laten gaan' (Hebreeuws: העביר באש, he'evir ba'esh) verwijst naar kinderoffers, waarbij kinderen letterlijk geofferd werden aan goden zoals Moloch. Het woord voor 'waarzegger' (קסם, qasam) beschrijft iemand die de toekomst probeert te voorspellen door bovennatuurlijke middelen. 'Goochelkunst' (עונן, 'anan) heeft te maken met het interpreteren van wolken en andere natuurverschijnselen als goddelijke tekens.
Context in Deuteronomium 18
Dit vers staat in een groter geheel waarin Mozes de Israëlieten voorbereidt op het leven in het Beloofde Land. Na instructies over priesters en Levieten (vers 1-8), waarschuwt hij tegen de religieuze praktijken van de volken die zij zullen verdrijven. Deze passage contrasteert scherp de ware profetie die God zal geven (vers 15-22) met de valse religiositeit van de heidenen.