De tekst van Deuteronomium 15:11
"Want armen zullen er altijd zijn in het land; daarom beveel ik je: wees gul voor je broeder, voor de ellendige en de arme in je land." (NBV)
Context binnen Deuteronomium 15
Deuteronomium 15:11 vormt de climax van een belangrijke passage over sociale rechtvaardigheid. Het hele hoofdstuk behandelt de sabbatsjaar-wetten, waarbij schulden kwijtgescholden werden (vers 1-6) en specifieke instructies gegeven werden over het helpen van armen (vers 7-11). Dit vers komt als krachtige conclusie na de waarschuwing om niet hardvochtig te zijn tegenover behoeftigen.
Woordstudie en betekenis
Het Hebreeuwse woord voor "armen" is hier ebyon (אביון), dat letterlijk "de behoeftigen" betekent - mensen die afhankelijk zijn van anderen voor hun levensonderhoud. Het woord "ellendige" is ani (עני), dat verwijst naar mensen die onderdrukt of vernederd zijn. Het gebruik van "broeder" (ach - אח) benadrukt dat het gaat om medemensen binnen de gemeenschap van Gods volk.
Theologische betekenis
Dit vers bevat een cruciale theologische waarheid: het erkent de realiteit van armoede zonder dit als excuus te gebruiken voor passiviteit. Integendeel, de voortdurende aanwezigheid van armoede wordt juist als reden gegeven om altijd bereid te zijn tot geven. Het is geen fatalistische uitspraak, maar een oproep tot voortdurende verantwoordelijkheid.