De tekst van Daniël 6:5
Daniël 6:5 luidt: 'Toen zeiden die mannen: We zullen geen enkele reden vinden om deze Daniël aan te klagen, tenzij we iets vinden in verband met de wet van zijn God.' Dit vers vormt een cruciaal keerpunt in het verhaal van Daniël en de leeuwenkuil en onthult de uitzonderlijke integriteit van Gods dienaar.
De context: Een complot tegen Daniël
Daniël had een vooraanstaande positie gekregen in het Perzische rijk onder koning Darius. Hij behoorde tot de drie hoogste bestuurders van het rijk en onderscheidde zich door zijn uitmuntende kwaliteiten. Dit wekte jaloezie op bij zijn collega's, de satripen en andere ambtenaren, die een complot smeedden om hem ten val te brengen.
Integriteit als getuigenis
Het Aramese woord dat hier gebruikt wordt voor 'reden' (עלה, 'illah') betekent letterlijk 'aanklacht' of 'beschuldiging'. De vijanden van Daniël hadden grondig onderzoek gedaan naar zijn leven en werk, maar konden geen enkele fout, corruptie of nalatigheid vinden. Dit toont de buitengewone integriteit waarmee Daniël zijn ambt vervulde.
Zijn onberispelijke leven was zelf een getuigenis van Gods karakter. In een cultuur waar corruptie en machtsmisbruik vaak normaal waren, straalde Daniëls gedrag Gods heiligheid uit.