Inleiding tot Daniel 11
Daniël 11 bevat één van de meest gedetailleerde profetieën in de hele Bijbel. Dit hoofdstuk beschrijft gebeurtenissen die zich uitstrekken van de tijd van Daniël tot ver in de toekomst, waarbij God toont dat Hij de geschiedenis beheerst en dat Zijn plannen zeker uitgevoerd zullen worden.
De Perzische Koningen (vers 1-2)
Het hoofdstuk begint met een bevestiging van Darius de Mede en kondigt aan dat er nog drie koningen in Perzië zullen opstaan, gevolgd door een vierde die rijk en machtig zal zijn. Deze verwijzing naar de vierde koning betreft waarschijnlijk Xerxes I, die zijn rijkdom gebruikte om Griekenland aan te vallen.
Alexander de Grote en zijn Rijk (vers 3-4)
Verzen 3-4 beschrijven de opkomst van een 'machtige koning' - Alexander de Grote - die met grote macht zal heersen. Na zijn plotselinge dood wordt zijn rijk verdeeld 'naar de vier windstreken', maar niet aan zijn nakomelingen. Dit verwijst naar de verdeling van Alexanders rijk onder zijn vier generaals na zijn dood in 323 v.Chr.
De Koning van het Zuiden en het Noorden (vers 5-20)
Het grootste deel van het hoofdstuk beschrijft de voortdurende conflicten tussen de 'koning van het zuiden' (de Ptolemaeën in Egypte) en de 'koning van het noorden' (de Seleuciden in Syrië). Deze profetie beschrijft met opmerkelijke nauwkeurigheid: