Inleiding tot 3 Johannes 1
De derde brief van Johannes is de kortste brief in het Nieuwe Testament en richt zich op zeer persoonlijke en praktische kwesties binnen de vroegchristelijke gemeente. In dit enige hoofdstuk behandelt de apostel Johannes drie verschillende personen: Gaius, Diotrephes en Demetrius. Elk van hen vertegenwoordigt een andere houding ten opzichte van gastvrijheid en leiderschap.
Begroeting aan Gaius (vers 1-4)
Johannes begint zijn brief met een warme begroeting aan "de geliefde Gaius". De apostel spreekt zijn wens uit dat Gaius' lichamelijke welzijn evenredig mag zijn aan zijn geestelijke welzijn. Dit toont aan dat Johannes Gaius goed kent en waardeert om zijn trouw aan de waarheid.
De zin "ik heb geen groter vreugde dan te horen dat mijn kinderen in de waarheid wandelen" (vers 4) onthult Johannes' pastorale hart. Als geestelijke vader vindt hij de grootste voldoening in de geestelijke groei van degenen die hij heeft begeleid in het geloof.
Lof voor Gaius' Gastvrijheid (vers 5-8)
Johannes prijst Gaius om zijn gastvrijheid jegens reizende predikanten en evangelisten. In de vroege kerk waren er geen hotels zoals wij die kennen, en christelijke reizigers waren afhankelijk van de gastvrijheid van medegelovigen. Gaius had zich onderscheiden door zijn bereidwilligheid om deze dienaren van het Woord te ontvangen en te ondersteunen.