De Tekst van 2 Samuel 21:6
In 2 Samuel 21:6 lezen we: "Laat er zeven mannen uit zijn zonen aan ons gegeven worden, opdat wij hen voor de HEERE ophangen te Gibea van Saul, de uitverkorene des HEEREN." Dit zijn de woorden van de Gibeonieten tot koning David, als onderdeel van hun eis om gerechtigheid voor Sauls misdaden tegen hun volk.
Historische Context
Dit vers staat in het midden van een verhaal over een driejarige hongersnood in Israël. Toen David God raadpleegde over de oorzaak, kreeg hij te horen dat de hongersnood kwam door Sauls schuld jegens de Gibeonieten. Saul had het oude verbond geschonden dat Israël onder Jozua met dit volk had gesloten (Jozua 9:3-27). Ondanks hun bedrog hadden de Israëlieten een eed gezworen om de Gibeonieten te beschermen, maar Saul had geprobeerd hen uit te roeien uit ijver voor Israël en Juda.
Betekenis van Sleutelwoorden
Het Hebreeuwse woord voor "ophangen" (יקע - yaqa) kan ook "doorboren" of "aan een paal hangen" betekenen. Dit was een vorm van openbare executie die in het oude Nabije Oosten werd gebruikt. De uitdrukking "voor de HEERE" geeft aan dat dit werd gezien als een daad van religieuze gerechtigheid, niet alleen persoonlijke wraak.