Inleiding tot 2 Samuel 21
2 Samuel hoofdstuk 21 vormt een bijzonder gedeelte in het verhaal van koning David. Dit hoofdstuk bevat twee verschillende maar gerelateerde verhalen die belangrijke lessen bevatten over gerechtigheid, verzoening en Gods trouw. Het eerste deel (vers 1-14) behandelt een hongersnood die het gevolg was van een onopgeloste zonde uit het verleden, terwijl het tweede deel (vers 15-22) heroïsche verhalen vertelt over de strijd tegen Filistijnse reuzen.
De Hongersnood en de Gibeonieten (vers 1-14)
De Oorzaak van Gods Oordeel
Het hoofdstuk begint met een dramatische situatie: "Er was in Davids dagen een hongersnood, drie jaar achtereen" (vers 1). David zoekt het aangezicht van de HEER en ontvangt een verontrustend antwoord. De hongersnood is geen natuurramp, maar een gevolg van Sauls bloedschuld jegens de Gibeonieten.
De Gibeonieten waren een Kanaänitisch volk dat door list een verdrag had gesloten met Jozua (Jozua 9). Hoewel dit verdrag onder valse voorwendselen was ontstaan, had Israël een eed gezworen hen te beschermen. Saul had deze heilige eed geschonden door te proberen de Gibeonieten uit te roeien, waarschijnlijk uit nationalistische ijver voor Israël en Juda.