Inleiding tot 2 Samuel 20
2 Samuel hoofdstuk 20 beschrijft een nieuwe crisis in David's koningschap, direct volgend op de opstand van Absalom. Het verhaal toont hoe fragiel David's autoriteit nog steeds is en hoe rebellie het volk kan verdelen. Tegelijkertijd laat het zien hoe wijsheid en diplomatie geweld kunnen voorkomen.
Seba's Opstand (verzen 1-2)
Het hoofdstuk begint met Seba, zoon van Bichri uit de stam Benjamin, die een nieuwe opstand tegen David start. Hij blaast op de bazuin en roept: 'Wij hebben geen deel aan David, geen erfenis bij de zoon van Isaï! Ieder naar zijn tenten, Israël!' Deze woorden weerspiegelen de spanning tussen de noordelijke stammen (Israël) en Juda die David steunde.
Seba's rebellie toont aan dat David's gezag nog niet volledig hersteld was na Absalom's dood. De geografische en tribale verdeeldheid in het koninkrijk bleef een zwakte die vijanden konden uitbuiten.
David's Reactie (verzen 3-7)
David reageert snel op de dreiging. Hij plaatst zijn tien bijvrouwen, die door Absalom waren geschonden, in afzondering - ze worden onderhouden maar David heeft geen gemeenschap meer met hen. Dit toont de blijvende gevolgen van Absalom's schending.
David benoemt Amasa, de voormalige legeraanvoerder van Absalom, om het leger binnen drie dagen bijeen te brengen. Deze benoeming was bedoeld om verzoening te bewerkstelligen, maar zou tragische gevolgen hebben.