De tekst van 2 Kronieken 28:7
2 Kronieken 28:7 beschrijft een dramatisch moment tijdens de regering van koning Achaz van Juda: 'Zichri nu, een held van Efraïm, doodde Maaseïa, des konings zoon, en Azrikam, den huisoverste, en Elkana, den tweede naar den koning.' Dit vers toont de verwoestende gevolgen van koninklijke ontrouw aan God.
Betekenis van de namen
De Hebreeuwse namen in dit vers hebben belangrijke betekenissen. Zichri (זכרי) betekent 'gedenkwaardig' of 'wie de HEER gedenkt' - ironisch genoeg wordt hij hier herinnerd als een instrument van Gods oordeel. Maaseïa (מעשיה) betekent 'werk van de HEER' en was een zoon van koning Achaz. Azrikam (עזריקם) betekent 'mijn hulp is opgestaan' en vervulde de functie van huisoverste of hofmeester. Elkana (אלקנה) betekent 'God heeft geschapen' en was de tweede in rang na de koning, mogelijk een belangrijke minister.
Context van Gods oordeel
Dit vers staat in de context van Gods oordeel over koning Achaz' afgodendienst. Achaz had offers gebracht aan de goden van Damascus en zijn zoon door het vuur laten gaan (vers 3). Als gevolg hiervan gaf God hem over in de hand van de koning van Aram en de koning van Israël. De aanval van Zichri, een krijgsman uit Efraïm (het noordelijke rijk Israël), toont hoe grondig Gods bescherming was weggenomen.