De Tekst van 2 Kronieken 28:6
2 Kronieken 28:6 luidt: 'En Pekach, de zoon van Remalia, doodde op één dag honderdtwintigduizend man in Juda, allen dappere mannen, omdat zij de HEERE, de God hunner vaderen, hadden verlaten.'
Historische Context en Betekenis
Dit dramatische vers beschrijft een catastrofale nederlaag van het koninkrijk Juda onder koning Achaz (circa 735-715 v.Chr.). Pekach, de koning van het noordelijke koninkrijk Israël, viel Juda aan en richtte een bloedige slachting aan. Het Hebreeuwse woord voor 'doodde' (הרג, harag) benadrukt de gewelddadige aard van deze gebeurtenis.
Het getal 120.000 slachtoffers op één dag onderstreept de omvang van deze ramp. Deze mannen worden omschreven als 'dappere mannen' (בני חיל, benei chayil), wat wijst op ervaren soldaten en krijgers, niet op onschuldige burgers.
Theologische Betekenis
De cruciale verklaring voor deze ramp ligt in de tweede helft van het vers: 'omdat zij de HEERE, de God hunner vaderen, hadden verlaten.' Het Hebreeuwse werkwoord 'verlaten' (עזב, azab) betekent letterlijk 'in de steek laten' of 'abandonneren'. Dit verwijst naar Achaz' afvalligheid, die in de voorgaande verzen wordt beschreven.
Volgens de chroniqueur toont dit vers hoe Gods verbondstrouw werkt: wanneer Zijn volk het verbond breekt, trekt Hij Zijn bescherming terug. Dit is geen willekeurige wraak, maar een gevolg van het verbroken verbond dat de basis vormde voor Israëls bestaan.